Fabels en Weetjes over hoofdluis

 
Brede School De Kinkerbuurt - juni 2012, door de luizenmoeders

Gebaseerd op het boek 'Hoofdluis en andere stekers, bijters en zuigers' door Geert-Jan Roebers (uitgeverij Winkel Prins, ISBN 9789000 306527) en het artikel Luizen uit Intermediair (F. van Lookeren Campagne, 2 maart 2012) aangevuld met onze eigen jarenlange praktijkervaring met hoofdluis en de bestrijding ervan.
 
 
Luizen: bijna ieder gezin krijgt er vroeg of laat mee te maken. Als je kind het voor het eerst heeft, zal je met veel vragen zitten. Hoe kom je aan hoofdluis? Hoe kom je er vanaf? Kunnen luizen zwemmen? Is het waar dat ze alleen schone hoofden opzoeken? En is het gevaarlijk? Om je op weg te helpen hebben we hieronder enkele fabels en weetjes over hoofdluis bij elkaar gezet die veel vragen zullen beantwoorden. Wil je nog meer weten (b.v. Hoe ziet een luis eruit? Hoe herken je neten? Wat voor kammen zijn er op de markt? enz.) en foto’s zien, bezoek dan een van de vele sites over hoofdluis. Schrik niet als je het ene na het andere tegenstrijdige bericht leest en laat je niet gek maken (zoals dat je alles zou moeten wassen op 60°); hoofdluis is vervelend, vooral als je last van jeuk hebt, maar daar is het verder wel mee gezegd.

Eén luis legt ongeveer 100 eitjes
Weetje. Een jonge luis is na 7-10 dagen volwassen en klaar om zelf weer eitjes te leggen. Hij leeft ongeveer één maand en kan 5 eitjes (neten) per dag leggen; ongeveer 100 in een leven. Snel ingrijpen is bij hoofdluis dus erg belangrijk.

Luizen kunnen hun kleur aanpassen aan het haar waarin ze leven
Fabel. Hoofdluizen zijn bijna helemaal doorzichtig. Maar als ze net bloed hebben gedronken kan je dat in hun darmen zien zitten. Een beetje pigment hebben ze wel. In Noord-West Europa zijn er door natuurlijke selectie meer licht gekleurde hoofdluizen en in Zuid-Europa meer donkere.

In een zwembad zwemmen luizen van hoofd naar hoofd
Fabel. Luizen houden niet van zwemmen. Sterker nog: als kinderen met hoofdluis het water induiken, klampt de hoofdluis zich extra goed vast om te overleven. Een plons in het zwembad overleven ze dus, net zoals een douchebeurt.

Hoofdluizen brengen ziektes over
Fabel. De beten van hoofdluizen kunnen jeuken. Krabben levert soms ontstekingen, en in een enkel geval zelfs eczeem op. Maar de hoofdluis brengt geen ziektes over.

Je kunt luizen krijgen van je kat
Fabel. Kattenluizen zijn kieskeurig: ze lusten geen mensenbloed. Mensenluizen lusten overigens ook geen kattenbloed. De vlooien van een miauwende huisgenoot zijn minder kritisch: zij lusten ook mensenbloed.

Mensen met kroeshaar krijgen in Europa minder snel luizen
Weetje. Kroeshaar is plat zoals tagliatelle, steil haar is rond zoals een buis. Europese luizen hebben hun pootjes aangepast aan dat ronde haar. Afrikaanse luizen daarentegen klampen zich juist makkelijker vast aan plat haar/kroeshaar.

Luizen houden van een schoon hoofd
Fabel. Dit is een hardnekkig verhaal waar weinig van klopt. Luizen voelen zich even goed thuis op een ongewassen hoofd als op een frisgewassen koppie. Aan gel en haarlak kunnen ze zich wel moeilijker vastgrijpen en ook geverfde haren genieten niet hun voorkeur.

De meeste luizenshampoos werken niet
Fabel. Dat er na het wassen met anti-luis producten toch nog levende hoofdluizen gevonden worden, komt over het algemeen door onzorgvuldig gebruik van de producten, hoewel resistentie tegen de chemische bestanddelen malathion en permetrine wel voorkomt. Lees er hier meer over.

Op de middelbare school hebben kinderen geen last meer van hoofdluis
Fabel. Helaas komt overal waar kinderen dicht bij elkaar zitten hoofdluis voor, dus óók op de middelbare school. Op de middelbare school worden kinderen echter niet meer gecontroleerd op hoofdluis, dus er wordt minder snel een luizenalarm gegeven. Voldoende reden om pubers af en toe aan een hoofdluis-check te onderwerpen.

Heb je neten, dan heb je ook hoofdluis
Fabel. Neten zijn het bewijs dat je luizen hebt gehad, maar niet perse dat je ze nog hebt. Als de neten tot enkele centimeters vanaf de hoofdhuid zitten is de kans wel heel groot dat er luizen zijn en/of komen. Controleer in zo’n geval daarom toch, het liefst in nat haar met crèmespoeling erin (maakt het kammen met de luizen/netenkam makkelijker en zorgt ervoor dat de luizen niet kunnen wegrennen). In droog haar verplaatsen de luizen zich razendsnel. Het komt regelmatig voor dat er bij een controle in droog haar geen luis wordt gevonden en het later bij een controle in nat haar blijkt, dat er toch luizen zijn.

De verkleedmand is een luizenkwekerij
Fabel. De kans dat een onhandige luis in een hoedje of kraag terecht komt is minimaal en eenmaal in de verkleedmand zal de luis bovendien snel de hongerdood sterven. Zich voortplanten doen luizen sowieso alleen op een hoofd.

Luizen komen al heel lang voor
Weetje. In Egyptische mummies uit de 4e eeuw na Christus zijn al neten van de hoofdluis aangetroffen.

Je moet 'luizen-beddengoed' altijd op 60 graden of heter wassen
Fabel. In het bed van een kind met luizen zit hooguit een enkele luis en die overleeft het waarschijnlijk niet tot bedtijd. Mocht hij toch in de was belanden, dan overleeft hij ook een wasbeurt van 30 graden niet en anders sneuvelt hij wel in de droger of aan de waslijn. Neten zijn taaier, maar de kans dat je die in je wasgoed vindt is zo goed als nihil.

Luizen worden hoofdzakelijk overgedragen van persoon tot persoon
Weetje:  luizen worden hoofdzakelijk overgedragen van persoon tot persoon (hoofd tot hoofd) en een hoogst enkele keer via mutsen, sjaals, kleren en lakens. Een hoofdluis verlaat niet vrijwillig het hoofd waar hij op leeft. Daar is het immers warm en er is voldoende voedsel. Luizen op kleding en in beddengoed zijn meestal zwakke, zieke, oude luizen die zich minder goed konden vastklemmen.

We gebruiken op onze school geen luizenzakken
Weetje. Omdat:
• Luizen alleen overstappen van haar naar haar. Als er al toevallig een luis van een haar zou vallen op het moment dat iemand zijn jas uittrekt dan klimt de luis instinctief naar omhoog en nooit zijwaarts naar een andere jas.
• het onhygiënisch is, want natgeregende jasjes drogen niet aan de kapstok, maar broeien lekker in een zak of onder een cape en een luis gedijt beter in een vochtige omgeving. Als een luis al van een hoofd valt is de kans groot dat hij uitdroogt. In een zak zijn zijn overlevingskansen echter groter; het klimaat is vochtiger en hij krijgt een paar keer per dag de kans om terug te keren naar zijn gastheer of -vrouw.

Hoofdluizen kunnen bij kamertemperatuur maximaal 2 dagen overleven zonder bloed
Weetje. Meestal zijn hoofdluizen al binnen één dag dood. Ook de neten drogen buiten het hoofd snel uit en gaan dood.

Als je luizen hebt, heb je jeuk op je hoofd
Fabel. Zeker in het begin van een besmetting is er geen sprake van jeuk. Jeuk wordt veroorzaakt door het bloedverdunnende speeksel dat de luis met zijn steeksnuit inspuit. Het speeksel veroorzaakt een allergische reactie. Soms duurt het even voordat iemand zo'n allergische reactie ontwikkelt. Ook in een later stadium heeft slechts één op de vijf mensen last van jeuk wanneer ze besmet zijn met hoofdluis.

Hoofdluizen kun je weghouden met preventieve middeltjes
Fabel. De kans dat je luizen krijgt na het gebruik van preventieve middeltjes, is bijna net zo groot als wanneer je die middeltjes niet gebruikt. Zonde van de moeite en het geld dus. Luizen schijnen van bepaalde geuren niet te houden (b.v. eau de cologne, lavendel en tea-tree), maar je moet de kleding en het hoofd er wel met grote regelmaat mee besprenkelen, anders heeft het nog geen effect. En ook hiermee sluit je het krijgen van hoofdluis niet uit.

De beste (en goedkoopste) manier om hoofdluis te voorkomen is kammen
Weetje : kammen, kammen en nog eens kammen. Na iedere haarwasbeurt op nat haar. Mocht er dan een luis zitten, dan ben je er snel bij en krijgt de luis geen kans om eitjes (de neten) te leggen. Lees hier meer over de 'nat-kam methode'

Het hele gezin moet gecontroleerd als er bij één iemand luizen zijn geconstateerd
Weetje. Ja, iedereen uit het gezin moet gecontroleerd op hoofdluis als één iemand het heeft én iedereen moet op hetzelfde moment behandeld, anders kunnen de luizen heen en weer gaan lopen tussen de gezinsleden.
 
 
RIVM-advies over luizen: klik hier